Wol is de enige vezel in je kast die zichzelf grotendeels onderhoudt. De meeste truien slijten niet door dragen, maar door verkeerde zorg.
Was minder dan je denkt
Wol reinigt zichzelf in de lucht. Hang je trui na het dragen een nacht bij een open raam en de geur is weg. Drie tot vier wasbeurten per seizoen is voor de meeste truien ruim voldoende.
En als je wast: koud en met de hand
Lauw water van maximaal 30 graden, een wolwasmiddel zonder enzymen, en geen wrijven. Laat de trui tien minuten liggen, spoel, en druk het water eruit zonder te wringen. Wringen breekt de vezel — dat is de schade die je later als vervorming terugziet.
Drogen doe je plat
Nooit op een hanger. Nat wol rekt onder zijn eigen gewicht en komt niet meer terug. Leg de trui plat op een handdoek, breng hem terug in model en laat hem uit de zon drogen.
Pilling hoort erbij
Kleine bolletjes op de plekken waar de stof langs zichzelf wrijft zijn normaal, en juist een teken van echte wol. Haal ze weg met een truienkam of scheerapparaat voor gebreid, in één richting. Na twee of drie seizoenen stopt het vanzelf.
Opbergen zonder gaten
Gevouwen, nooit hangend, en in het voorjaar schoon opbergen — motten komen af op zweet en huidresten, niet op de wol zelf. Een cederblok in de kast werkt; mottenballen maken je trui alleen onaangenaam om te dragen.