Wijde broeken goed dragen: lengte, schoenen, proportie

Wijde broek aan een rail tegen een witte muur

Wijde broeken vallen of staan bij drie keuzes. Geen ervan gaat over de broek zelf.

Lengte: één breuk, niet meer

De zoom hoort de schoen één keer zacht te raken en dan te stoppen. Twee of drie vouwen boven de wreef betekent dat de broek te lang is en het volume zich onderin ophoopt — precies waar je het niet wilt. Laat liever een centimeter innemen dan te hopen dat het went.

Schoenen: geef de zoom iets om op te rusten

Een wijde pijp heeft een schoen met massa nodig. Een derby, een laars, een zware sneaker. Een smalle, lage schoen verdwijnt onder de stof en laat de broek eindigen in het niets.

Proportie: kies één plek voor volume

Wijd onder vraagt om rust boven. Een trui met ruimte èn een broek met ruimte laat de taille verdwijnen en maakt iedereen breder dan hij is. Draag de wijde broek met iets dat de schouder volgt, of stop je bovenstuk half in zodat de taille zichtbaar blijft.

De taille bepaalt de rest

Draag de broek op de natuurlijke taille, niet op de heup. Daar begint het been optisch hoger en valt de pleat recht naar beneden. Op de heup gedragen wordt dezelfde broek zwaar en zakt de hele lijn omlaag.