Een garderobe wordt niet beter van meer keuze. Hij wordt beter van minder twijfel. Wie drie silhouetten vastlegt, hoeft 's ochtends alleen nog te kiezen welke van de drie het vandaag wordt.
Eén — het gebreide volume
Een trui met ruimte in de schouder en een rib die zijn vorm houdt. Draag hem los over een broek met pleat, niet ingestopt. Het volume bovenin vraagt om rust onderin: rechte pijp, één breuk op de schoen, verder niets.
Twee — de kastige jas
Kort in de taille, breed in de schouder. Een jas die eindigt op de heup maakt de benen langer en de houding rechter. Kies er een die dicht kan, ook als je hem open draagt — de sluiting bepaalt de lijn, ook ongebruikt.
Drie — de wijde broek
De moeilijkste van de drie, en de meest bepalende. Te kort en hij hangt; te lang en hij verdrinkt de schoen. Eén zachte breuk, en de stof valt de rest van de dag vanzelf goed.
Waarom drie genoeg is
Deze drie vormen combineren onderling zonder na te denken. Volume boven met rust onder. Rust boven met volume onder. Of alles strak, en de jas doet het werk. Meer dan drie silhouetten is geen vrijheid — het is uitstel.